Tussenstop

Op de terugweg van vakantie reden we er langs. Het dorp waar ik tussen mijn 9e en 16e levensjaar heb gewoond. De laatste keer dat ik er ben geweest was bij een reünie begin jaren 90. Ik houd eigenlijk niet zo van teruggaan naar het verleden. Maar aangezien de elektrische auto opgeladen moest worden en er een laadpaal stond, was de tussenstop onvermijdelijk.

Het dorp heet Stolzenau (a/d Weser) en ligt in de Duitse deelstaat Nedersaksen. In de periode van de Koude Oorlog was er een Nederlandse luchtmachteenheid gestationeerd. In de naoorlogse periode waren in West-Duitsland buitenlandse troepen aanwezig om tegenwicht te bieden aan de vijanden achter het IJzeren Gordijn.

Mijn ouders gingen in 1976 met vijf kinderen in deze kleine plaats wonen. Dat viel niet mee, vooral niet voor een leraarsgezin uit de Randstad met kinderen in de puberleeftijd. Voor mij als jongste begon echter een heerlijk onbezorgde tijd. De hechte gemeenschap waarin we terecht kwamen, voelde als een warm bad. Het dorp floreerde met zoveel nieuwe inwoners. Bij de Italiaanse ijssalon at je het heerlijkste spaghetti-ijs en bij de enige disco in het dorp de “Weserlust” werd er gedanst.

s’ Zomers ging je met al je vrienden zwemmen in het bijzonder mooie buitenbad, in de koude wintermaanden schaatsten we op de grote vijver midden in het dorp. De Nederlandse gezinnen woonden bij elkaar in de Siedlung, een aparte wijk. De hiërarchie van het leger was goed zichtbaar in de huisvesting. Zo woonden verschillende rangen en standen gescheiden.

Na mijn eindexamen ging ik terug naar Nederland om mijn schoolopleiding te vervolgen. Ook Stolzenau ging, als gevolg van het einde van de Koude Oorlog, een nieuwe periode in. De militaire eenheid werd opgeheven en de meeste Nederlanders keerden terug. Het dorp moest het zonder hen zien te redden. Dat was voor het sociale leven en de middenstand een aderlating.

De band met Nederland is nu nog aanwezig. Enkelen zijn er blijven wonen door een huwelijk met een Duitse partner of gewoon omdat het leven er goed bevalt. Regelmatig wordt er een reünie georganiseerd en bezoeken oud-bewoners met heimwee het dorp. In de zomer wordt er gekampeerd langs de Weser of een kamer geboekt in Hotel Zur Post.

Na dertig jaar teruggekeerd maakte het dorp op mij een florissante indruk. Weliswaar een beetje verlaten, maar niet vervallen zoals ik had verwacht. Die rust gold niet voor de Italiaanse ijssalon op het dorpsplein waar het terras vol zat. Helaas moest ik het spaghetti-ijs aan mij voorbij laten gaan. De auto was inmiddels opgeladen en we konden weer huiswaarts. Het was een aangename tussenstop, waarbij ik de herkenbare plekken uit mijn jeugd heb kunnen vastleggen.

Copyright© Violet Johan/degoudenplaat. All rights reserved